De vrouw met de hond 1

Het beloofde een typische lentedag te worden. Een beetje vorst tijdens de nacht en vroege ochtend maar overdag een stralend zonnetje. Er hing nog een beetje mist boven de landerijen toen ze de deur uitging. De uitgestrektheid van de polder, het geluid van de vogels, de prachtige luchten. Ze raakte er niet op uitgekeken. Dit was thuis.

“Kom Janssen” riep ze. De oude hond kwam langzaam aangelopen en samen begonnen ze aan hun gezamenlijke ochtendritueel. Linksaf en dan aan het eind van de weg nog een stukje onverhard pad. En zodra ze het gammele bruggetje bereikt hadden draaiden ze om. Terug naar huis. Naar de laptop en naar de rieten mand.

Ze had een baan waarbij ze heel veel thuis kon werken gelukkig. Ze had moeite met de kantoorcultuur. De praatjes bij het koffieapparaat, de roddel en achterklap. Het voelde alsof ze opgesloten zat en al haar creativiteit verdween als sneeuw voor de zon. Gelukkig had haar werkgever dat haarfijn aangevoeld en haar de mogelijkheid geboden om thuis aan de slag te gaan. Ze was haar er nog alle dagen dankbaar voor.

Janssen sjokte met haar mee. Inmiddels 14 jaar oud en snel tevreden. Een stukje wandelen, een koekje bij thuiskomst, vers water en de mand. De mand leek een beetje op de hond. In de loop der jaren was het riet aan de bovenkant losgegaan. Er braken spontaan stukken af als ze er langs liep en er tegenaan kwam. Een paar jaar geleden had ze een nieuwe gekocht. Maar na 3 dagen een mokkende hond die het vertikte om erin te slapen had ze de oude maar weer in ere hersteld. De nieuwe stond nog steeds in de garage.

Ze hadden het onverharde pad bereikt. Het was goed begaanbaar gelukkig. Dat wilde nog weleens anders zijn als het een poosje geregend had. Maar de afgelopen weken waren droog geweest. Er werd zelfs al gewaarschuwd voor het gevaar van bos- en bermbranden. Ze hoorde de schapen blaten. De drukke tijd was weer aangebroken voor de boer. Lammertijd dus alle hens aan dek voor de buren.

Haar mobiel trilde in haar jaszak. Misschien was het haar moeder die wilde weten of ze wel genoeg at. Die vraag werd haar dagelijks gesteld sinds haar vader overleden was en haar moeder tijd over had. Op het scherm stond echter een andere naam. De werkgever belde. Of ze eraan dacht dat de deadline vanavond verliep. In sommige dingen lijken werkgevers en moeders op elkaar dacht ze terwijl ze haar geruststelde. Natuurlijk was ze het niet vergeten.

Na 5 minuten hing ze weer op. Bruggetje bereikt, tijd om om te draaien en naar huis te gaan. Ze riep de hond terwijl ze keerde. Waar was Janssen gebleven ?

Zeg het maar !