Kom maar …

Ik ben on tour in het ziekenhuis met de buurman. Het is een streekziekenhuis, de routes zijn bekend en we weten waar we moeten zijn. De wachtkamer van het afnamelaboratorium zit niet helemaal vol maar we moeten wel even wachten. Maakt niet uit, het is wat het is …

Nummertje trekken en op je beurt wachten. Naast ons een mevrouw en een meneer op leeftijd. Mevrouw is een kleurrijke verschijning. Gekleed in prachtige felle kleuren en de sieraden zijn groot en opzichtig. Meneer is het tegenovergestelde. Zijn kleding is grijs. Alles in dezelfde tint. Haar blik is levendig en alert, de zijne leeg en berustend.

Ze houden elkaars handen vast. Of beter gezegd ; zij houdt de zijne vast en streelt met haar duim de bovenkant van zijn rimpelige hand. Als ze hem even loslaat om een zakdoekje uit haar tas te pakken wordt meneer onrustig. Zijn ogen schieten alle kanten op en zijn lijf begint te trillen. Zodra ze zijn hand weer vast heeft is het over.

Hun nummer verschijnt op het bord en ze lopen richting de balie. Blijkbaar zijn ze al vaker geweest want de assistente verwelkomt hun met de woorden zo was u er weer ” ? Meestal loopt de patiënt zelf naar het hokje waar bloed wordt afgenomen maar in dit geval wordt meneer gehaald. Hij loopt mee aan de arm van de verpleegkundige maar blijft achterom kijken naar de prachtige dame in felle kleuren.

Mevrouw neemt haar plaats weer in maar houdt de balie in de gaten. Sorry zegt ze plots. Ik denk dat het nog even gaat duren voor u aan de beurt bent. Bloedprikken bij mijn man is echt een drama. Ze moeten echt de tijd nemen om het te doen,. Hij heeft Alzheimer weet u …. Hij raakt in paniek als hij het overzicht kwijt raakt en dat is eigenlijk bijna altijd als ik niet in de buurt ben. Hij weet niet meer hoe ik heet, wat ons verleden samen is maar ik ben zijn veilige haven nog steeds.

Ik kan nu niet mee naar binnen. Corona, kleine kamertjes. En ik kan niet tegen bloed. Ik ga onderuit als ik er maar aan denk. We hebben het wel geprobeerd hoor maar de paniek bij mijn man wordt onbeheersbaar als ik het niet trek. We zeggen dat het ons niet uitmaakt, we hebben de hele dag de tijd en we hopen dat het voor meneer een beetje mee zal vallen.

Het duurt inderdaad lang. Na 20 minuten horen we de stem van de verpleegkundige. Mevrouw heeft inmiddels de wachtkamer al talloze keren doorkruist en ook op haar gezicht zie je de opluchting. Meneer schuifelt aan de arm van de verpleegkundige richting de wachtkamer en je ziet de rust terugkeren in zijn gezicht en lichaamshouding als hij de liefde van zijn leven weer in het blikveld heeft.

Ze pakt zijn hand en zegt kom maar we gaan naar huis ….

Zeg het maar !